Loonstijging 2026: voldoende op papier, krap in de praktijk
De vooruitzichten voor 2026 laten zien dat lonen blijven stijgen, maar minder hard dan eerder werd verwacht. De gemiddelde cao-loonstijging komt uit rond de 3,7 procent. Daarmee wordt een brede koopkrachtdaling voorkomen, maar echte financiële ruimte voor werknemers blijft beperkt.
De gemiddelde koopkracht neemt naar verwachting met circa 0,9 procent toe. Omgerekend betekent dat zo’n veertig euro per maand extra. Dat lijkt positief, maar deze groei is kwetsbaar. Huishoudens zonder loonstijging of met stijgende vaste lasten – zoals energie of zorg – kunnen alsnog te maken krijgen met een dalende koopkracht.
Voor werkgevers en HR-professionals is dit een belangrijk signaal. Een loonstijging die ‘marktconform’ oogt, kan door medewerkers anders worden ervaren als kosten sneller oplopen dan het salaris. Dat vraagt om duidelijke communicatie over loonbeleid en realistische verwachtingen richting medewerkers.
Opvallend is dat werknemers met lagere inkomens relatief beter uitkomen. Door fiscale maatregelen, zoals een hogere arbeidskorting, stijgt hun koopkracht sterker. Ook gepensioneerden met een aanvullend pensioen profiteren in sommige gevallen van het nieuwe pensioenstelsel, doordat fondsen financiële ruimte hebben om uitkeringen te verhogen.
De boodschap voor 2026 is helder: loonstijgingen zijn noodzakelijk, maar niet altijd voldoende om koopkrachtzorgen weg te nemen. Juist daarom blijft transparantie over beloning, arbeidsvoorwaarden en perspectief essentieel.