4,8/5 sterren van 100+ reviews op Google

Maximale transitievergoeding voor 2023 verhoogd

Sinds 1 januari 2020 heeft een werknemer vanaf de eerste dag van de arbeidsovereenkomst recht op een transitievergoeding bij ontslag op initiatief van de werkgever. Dit geldt ook als een werknemer wordt ontslagen in de proeftijd. Een werknemer kan de transitievergoeding bijvoorbeeld gebruiken om zich om te scholen of verder te ontwikkelen.

De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van het aantal jaren dat de werknemer in dienst is geweest. De standaard berekening van de transitievergoeding is als volgt:

  1. De werknemer krijgt 1/3 maandsalaris per heel dienstjaar vanaf de eerste werkdag;
  2. De transitievergoeding over het resterende deel van de arbeidsovereenkomst wordt berekend volgens de formule: (bruto salaris ontvangen over resterende deel arbeidsovereenkomst / bruto maandsalaris) x (1/3 bruto maandsalaris /12 ).

Rijksoverheid heeft een rekentool ontwikkeld om een transitievergoeding te berekenen. https://rekenhulptransitievergoeding.nl/

Maximale transitievergoeding
In 2022 is de maximale transitievergoeding € 86.000. Jaarlijks wordt op basis van een schatting van de ontwikkeling van de contractlonen het maximum aangepast. Voor 2023 is deze gesteld op maximaal € 89.000.

Tip: een onbelaste bonus via de werkkostenregeling

Ben je van plan om als werkgever aan het einde van het jaar een bonus aan jouw medewerkers te geven? Vanuit de WKR kan dit tot maximaal €2.400,- onbelast. Een bonus of vergoeding kan de werkgever aanwijzen als eindheffingsloon en ten laste van de vrije ruimte brengen. Op deze wijze blijft het onbelast.

Gebruikelijkheidstoets
Als je een bonus of vergoeding in de werkkostenregeling wilt onderbrengen, moet dit voldoen aan de gebruikelijkheidstoets. Dat betekent dat de vergoeding of verstrekking niet meer dan 30% mag afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Het gedeelte dat boven de 30% uitkomt, is loon voor de werknemer. Het moet dus gebruikelijk zijn dat de werknemer vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen van een bepaalde omvang onbelast krijgt en dat de werkgever de loonbelasting/premie volksverzekeringen via de eindheffing voor zijn rekening neemt.

Een bonus of vergoeding van maximaal €2.400 ziet de Belastingdienst als gebruikelijk. Hierdoor geldt de afwijking van 30% niet.

Vrije ruimte 2022 en 2023
In 2022 is de vrije ruimte over het fiscale loon tot en met € 400.000 1,7%. Over het bedrag van de loonsom boven € 400.000 is de vrije ruimte in 2022 1,18%. Komt het bedrag dat onbelast wordt besteed boven de grens van de vrije ruimte? Dan moet er over het gedeelte dat boven de grens komt, 80% eindheffing over worden betaald.

In 2023 zal de vrije ruimte tijdelijk worden verhoogd. De vrije ruimte over de eerste €400.000 van de totale loonsom gaat omhoog naar 3%. Over het merendeel geldt het percentage van 1,18%.

De eerste uitgave van de ‘Nieuwsbrief Loonheffingen 2023’ is gepubliceerd

De eerste uitgave van de ‘Nieuwsbrief Loonheffingen 2023’ is gepubliceerd op de website van de Belastingdienst. In de Nieuwsbrief vind je informatie over de nieuwe regels vanaf 1 januari 2023 voor het inhouden en betalen van de loonheffingen.

In de nieuwsbrief wordt er onder andere informatie over de volgende onderwerpen:

  • verhoging van onbelaste reiskostenvergoeding
  • verhoging van onbelaste thuiswerkvergoeding
  • wijzigingen in de gebruikelijk-loonregeling
  • wijzigingen voor de regeling voor extraterritoriale kosten
  • tijdelijke verruiming van het lage-inkomensvoordeel (LIV)
  • wijzigingen voor de aangifte loonheffingen

Eventuele aanvullingen op de onderwerpen uit deze nieuwsbrief en wijzigingen uit het Belastingplan 2023 zal in de volgende uitgave van de nieuwsbrief worden gepubliceerd.

De tarieven, bedragen en percentages voor 2023 vind je binnenkort in een aparte bijlage bij de nieuwsbrief. Op dit moment wordt door de belastingdienst verwezen naar het Handboek Loonheffing 2022, versie oktober. Het Handboek loonheffingen 2023, zal naar verwachting gepubliceerd worden in februari 2023.

Je kunt de ‘Nieuwsbrief Loonheffingen 2023’ downloaden op belastingdienst.nl.

Lage-inkomensvoordeel (LIV) tijdelijk verruimd in 2022 en 2023

Het Lage-inkomensvoordeel (LIV) is een jaarlijkse tegemoetkoming voor werkgevers die werknemers in dienst hebben met een laag loon. Door het LIV dalen de loonkosten voor de werkgever en moet het bedrijven stimuleren om werknemers in dienst te houden of te nemen. Het recht op en de hoogte van het LIV wordt vastgesteld in het jaar na het kalenderjaar waarover het LIV wordt berekend.

Twee wijzigingen
Het LIV wordt op twee onderdelen gewijzigd. Het eerste onderdeel betreft een incidentele verhoging van de hoogte van de LIV-tegemoetkoming over 2022 en 2023 in verband met de bijzondere verhoging van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2023. Deze incidentele verhoging wordt uitbetaald in 2023 en 2024. Dit biedt steun aan werkgevers die werknemers met een inkomen tussen 100% en 125% WML in dienst hebben. Uitbetaling van het LIV in 2023 vergt aanpassing van het LIV over 2022 en daarmee een wetswijziging die met terugwerkende kracht moet worden ingevoerd.

De absolute bovengrens is het tweede onderdeel. Er wordt een grondslag gecreëerd om bij ministeriële regeling de absolute bovengrens van het uurloon uit artikel 3.1 van de Wtl voor het kalenderjaar 2024 te verlagen. Dit heeft effect op de uit te betalen LIV in 2025.

Verruiming vergoeding
De vergoeding per verloond uur wordt eenmalig met terugwerkende kracht over 2022 verhoogd van € 0,49 naar € 0,78 per verloond uur per werknemer. De maximale vergoeding wordt eenmalig met terugwerkende kracht over 2022 verhoogd van € 960 naar € 1.520 per werknemer per kalenderjaar. Het LIV van 2022 wordt uitbetaald in 2023.

Over 2023 wordt het LIV verhoogd van € 0,49 naar € 0,63 per verloond uur. De maximale vergoeding wordt over 2023 dan maximaal € 1.242 per werknemer per kalenderjaar. Het LIV van 2023 wordt uitbetaald in 2024.

Het STAP-budget wordt de komende jaren uitgebreid

Het kabinet stelt de komende jaren meer budget beschikbaar voor scholing en wil daarmee de kansen op de arbeidsmarkt vergroten. Met het STAP-budget (Stimulans Arbeidsmarktpositie) kunnen werkende of werkzoekenden maximaal € 1.000 per jaar aanvragen voor een opleiding, training of cursus. Je kunt de subsidie gebruiken om jezelf verder te ontwikkelen en je positie op de arbeidsmarkt te versterken.

In 2022 is er een STAP-budget van € 172 miljoen beschikbaar. Op Prinsjesdag maakte het kabinet bekend dat er extra wordt ingezet op individuele leerrechten via het STAP-budget. Het kabinet wil de scholing en ontwikkeling in de samenleving stimuleren en stelt daarom tot en met 2026 jaarlijks € 125 miljoen extra beschikbaar voor het bevorderen van permanente scholing. Dit budget wordt toegevoegd aan de STAP-regeling. In 2023 zal het eerste deel van de aanvullende middelen beschikbaar komen voor mensen die maximaal een mbo-diploma hebben op niveau 4.

Voorwaarden STAP budget

Om deze subsidie te kunnen aanvragen, zijn er wel een aantal voorwaarden waaraan je moet voldoen. Voor het aanvragen van een STAP-budget moet je 18 jaar of ouder zijn en je ontvangt nog geen AOW-uitkering. Ook moet de training, cursus of opleiding in het STAP-scholingsregister staan en nog niet zijn gestart op het moment dat het STAP-budget wordt aangevraagd. De aanvraag dient minimaal 4 weken voor de start van de opleiding aangevraagd te worden. Als de aanvraag is goedgekeurd, wordt het bedrag betaald aan de opleider. De aanvragen zijn verdeeld over zes aanvraagtijdvakken. Je kunt de subsidie aanvragen bij het UWV. De eerst volgende aanvraagtijdvak start op 1 november 2022.

Het vergoeden van parkeerkosten, hoe werkt dit ook alweer?

Het lijkt zo logisch; als werknemers parkeerkosten maken tijdens het werk, dan worden die kosten natuurlijk vergoed door de werkgever. Welke regels gelden voor een werkgever als er een parkeergelegenheid wordt vergoedt, verstrekt of ter beschikking wordt gesteld? Wij hebben het voor jou op een rijtje gezet.

Werknemer reist met eigen auto

Parkeren op of bij de werkplek
Als een werknemer met zijn of haar eigen auto naar het werk komt, kan een werkgever een parkeerplek onbelast ter beschikking stellen als de parkeergelegenheid zich op de werkplek van de werknemer bevindt. In deze situatie valt dit onder de werkkostenregeling als een nihil waardering en is het onbelast. De werkgever is dan wel Arbo verantwoordelijk voor de parkeervoorziening. Arbo-verantwoordelijk houdt in dat de werkgever een zorgplicht heeft voor deze plek. Dit kan blijken uit een Arbo plan of een risico-inventarisatie en -evaluatie. Als door nalatigheid van een werkgever bijvoorbeeld een werknemer een ongeval krijgt door slecht onderhoudt van het parkeerterrein, kan de werknemer zijn werkgever succesvol aansprakelijk stellen. De werkgever is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor goede verlichting, beveiliging en toegankelijkheid van de parkeerruimte. Een parkeerplaats of parkeergarage op het bedrijfsterrein van de werkgever voldoet meestal aan de voorwaarden van de werkplek. Hiervoor geldt dus een nihil waardering. De werkgever kan deze parkeergelegenheid onbelast ter beschikking stellen.

Parkeren op andere plekken
Ligt de parkeergelegenheid niet op het bedrijfsterrein van de werkgever en heeft de werkgever hiervoor geen Arbo verantwoordelijkheid? Dan is het vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen van de parkeergelegenheid loon van de werknemer, voor zover dit loon samen met een kilometervergoeding hoger is dan € 0,19 per kilometer. De parkeergelegenheid waardeert de werkgever op de waarde in het economische verkeer of de factuurwaarde. Hij mag dit loon aanwijzen als eindheffingsloon.

Als de werkgever een vergoeding geeft voor parkeerkosten, is dit altijd belast loon, voor zover dit loon samen met een kilometervergoeding hoger is dan € 0,19 per kilometer. De werkgever mag dit loon aanwijzen als eindheffingsloon.

Werknemer reist met auto van de zaak

Als een werkgever parkeergelegenheid vergoedt, verstrekt of ter beschikking stelt aan een werknemer met een auto van de zaak, is er sprake van intermediaire kosten. Intermediaire kosten zijn geen loon voor de werknemer. De werkgever kan dit daarom onbelast doen.

 

Vrije ruimte WKR in 2023 naar 3%

De vrije ruimte in de werkkostenregeling zal in 2023 tijdelijk verder stijgen naar 3% over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom. Dit is een eenmalige verhoging. Vanaf 2024 vervalt de tijdelijke verhoging en geldt het percentage van 1,92%.

Zoals eerder In het Belastingplan 2023 is al een structurele verhoging van de vrije ruimte over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom opgenomen van 0,22%-punt waardoor het percentage 1,92% wordt. Over het meerdere loonsom is de vrije ruimte 1,18%.

De verhoging naar 1,92% betekende al een extra onbelaste vergoedingsmogelijkheid tot maximaal € 880. De verhoging naar 3% geeft je de mogelijkheid om in 2023 nog eens maximaal € 4.320 extra onbelast te vergoeden. Deze maximale onbelaste vergoedingsmogelijkheid van totaal € 5.200 wordt bereikt vanaf een fiscale loonsom van € 400.000.